Het menselijk skelet – een overzicht

Facebooktwitter

Het menselijk skelet

 

Het menselijk skeletOverzicht zittend, de botstructuur van ons lichaam is slechts een van de vele structuren, en wel diegene die het diepst in ons lichaam “verborgen”  ligt.

Heel kort een uitstapje naar de fysiologie:
De botstructuur maakt het ons mogelijk om op te staan, te zitten en om ons in de ruimte te bewegen. Hiervoor zijn vanzelfsprekend ook andere lichaamsstructuren noodzakelijk, maar zonder het skelet was dat niet mogelijk.
Verder beschermen onze botten ook de belangrijkste orgaanstructuren. Denk aan de schedel die de hersenen beschermt of de ribbenkast waarin hart en longen te vinden zijn.

Maar hoe ziet ons skelet er eigenlijk uit? Waar bestaat het allemaal uit? Hoe is het verbonden met de andere structuren?

Een overzicht van het hele lichaam:

overzicht

Het menselijk skelet bestaat in totaal uit 206 botten. Waar twee of meer botten bij elkaar komen, vormen zij een gewricht. Gewrichten maken het ons mogelijk in verschillende richtingen te bewegen. Afhankelijk van de vorm van de bot-delen die in een gewricht bij elkaar komen, zijn er verschillende bewegingsrichtingen mogelijk. De gewrichten in ons lichaam zijn in 6 groepen gesorteerd:
– Kogelgewrichten maken bewegingen in alle richtingen mogelijk, zoals bijvoorbeeld het schouder- en het heupgewricht.
– Scharniergewrichten maken alleen bewegingen in een anatomisch vlak mogelijk. Zij strekken en buigen, zoals bijvoorbeeld de elleboog waar de bovenarm op de ellepijp treft, de enkel en de gewrichten tussen de falangen (vingerkootjes).
– Zadelgewrichten maken bewegingen in alle richtingen mogelijk, maar kennen geen rotaties (wat de kogelgewrichten wel kunnen), zoals bijvoorbeeld het carpometacarpale gewricht bij het proximale eind van de duim.
– Ellipsoïde gewrichten die op kogelgewrichten lijken maar hun rotatiemogelijkheden missen. Hier horen bijvoorbeeld de proximale polsgewrichten en de Temporomandipulaar-gewrichten (tussen schedel en onderkaak) bij.
– Draaigewrichten maken rotaties mogelijk, zoals bij de twee bovenste, cervicale wervels en de elleboog waar de bovenarm op het spaakbeen treft.
– Glijdende gewrichten waar effen botvlakken langs elkaar heen glijden, zoals bij de uitsteeksels van onder elkaar liggende wervels, het sleutelbeen bij het schoudergewricht en de raakvlakken van de kleinere botten in de handen en voeten.